Bijna met pensioen 

Tegen de tijd dat u met pensioen gaat, kunt u uw pensioen op een aantal manieren op uw wensen afstemmen. U hebt de volgende mogelijkheden:

  • u kunt uw pensioen eerder laten ingaan;
  • u kunt een aanspraak op partnerpensioen geheel of gedeeltelijk uitruilen voor meer ouderdomspensioen;
  • u kunt een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen;
  • u kunt na uw pensionering eerst gedurende een bepaalde periode van uw pensionering een hogere pensioenuitkering ontvangen, en vervolgens  levenslang een lagere;

Eerder met pensioen
U kunt eerder stoppen met werken en uw pensioen eerder laten ingaan dan de standaardpensioenleeftijd van 65 jaar. Eerder met pensioen gaan kan vanaf uw 60ste.

Als u eerder met pensioen gaat, moet u er rekening mee houden dat u minder lang pensioen opbouwt en dat het opgebouwde pensioen over een langere periode moet worden uitgesmeerd. Uw pensioenuitkering wordt dus lager.

Om eerder te kunnen stoppen met werken, kent uw pensioenregeling sinds 1 oktober 2004 een prepensioenregeling. Via de prepensioenregeling vormt u een eigen 'spaarpot', waarvan u op de prepensioendatum een prepensioen kunt inkopen. Totdat u met pensioen gaat, krijgt u dan een prepensioenuitkering. Daarna gaat het ouderdomspensioen in. Vanaf 1 januari 2006 is het niet meer mogelijk om premies te storten in de prepensioenregeling (gesloten regeling).

Opbouw
Het prepensioen bouwt u op naast uw ouderdomspensioen. Het opgebouwde prepensioenkapitaal wordt belegd in beleggingsfondsen. U bepaalt zelf de beleggingsvorm.

Ingang
Het prepensioen gaat in principe in als u 60 jaar wordt (standaard prepensioendatum). Maar u kunt ook eerder of later met prepensioen gaan, namelijk tussen 55 en 65 jaar (gekozen prepensioendatum). De keuze van uw prepensioendatum heeft effect op de maandelijkse prepensioenuitkering. Hoe eerder u met prepensioen, gaat hoe lager de bedragen per maand (het prepensioen moet dan over een langere periode worden uitgespreid). Het prepensioen moet uiterlijk in de maand vóór uw 65ste verjaardag ingaan.

U mag - binnen de grenzen van de fiscale maxima - het opgebouwde prepensioenkapitaal ook omzetten in extra aanspraken op ouderdoms- en/of partnerpensioen volgens het reguliere pensioenreglement.

Prepensioen na uw overlijden
Als u komt te overlijden voordat het prepensioen is ingegaan, wordt het opgebouwde kapitaal omgezet in een partner- en/of wezenpensioen. Als er geen nabestaanden zijn, vervalt het pensioenkapitaal aan het pensioenfonds
Bij uw overlijden heeft uw partner - uw nabestaande - recht op partnerpensioen. De uitkering hiervan loopt vanaf de eerste dag van de maand van uw overlijden en eindigt op de laatste dag van de maand van het overlijden van uw partner.

Via de pensioenplanner op deze site kunt u een voorbeeldberekening maken, wat bijvoorbeeld eerder stoppen met werken voor’n consequenties heeft voor de opbouw van uw pensioen.

Uitruilen
Partnerpensioen uitruilen voor ouderdomspensioen
U kunt vóór uw pensioen ingaat uw opgebouwde (indien van toepassing) partnerpensioen uitruilen voor hoger ouderdomspensioen. Uitruil kan zinvol zijn als u geen partner hebt, maar ook als uw partner zelf een eigen inkomen heeft. Hebt u een partner, dan moet deze toestemming geven voor deze uitruil.

Ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen
U kunt vóór uw pensioen ingaat een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen. Standaard bedraagt het partnerpensioen 70% van uw ouderdomspensioen. Deze uitruil gaat uiteraard ten koste van de hoogte van uw ouderdomspensioen.

Via de pensioenplanner op deze site kunt u een voorbeeldberekening maken.

Variëren in de hoogte van uw pensioenuitkering
U kunt ervoor kiezen om vanaf pensionering eerst een bepaalde periode een hogere ouderdomspensioen te ontvangen. Daarna ontvangt u levenslang een lagere uitkering. De hoogste uitkering is 33 1/3% hoger dan de laagste uitkering. Als het ouderdomspensioen ingaat vóór de 65-jarige leeftijd geldt daarbij bovendien het volgende: over de periode tussen de ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd mag de hoge uitkering méér dan 33 1/3% hoger zijn dan het bedrag van de lage uitkering. De hoge uitkering mag over die periode vermeerderd worden met een bedrag ter grootte van tweemaal de AOW-uitkering voor een gehuwde, vermeerderd met de vakantietoeslag.